Schrijverke of zo is het gekomen
Het schijven zit in mijn bloed. Mijn overgrootvader van moeders zijde, in de crisisjaren van de vorige eeuw wethouder van een landelijk gelegen dorp in het Stichtse en als zodanig nog geeerd met een bescheiden plaatsje aan de muur van het gemeentehuis, vermaakte het publiek met zijn sociale pennekrassen in het plaatselijke sufferdje. Mijn grootmoeder, zijn dochter, zette deze traditie voort als vaste schrijfster van ingezonden brieven met een pen die vaak in azijn gedoopt leek. En een broer van mijn moeder was een niet onverdienstelijk dichter. Zijn talent kwam pas echt tot ontwikkeling tijdens zijn gedwongen verblijf in het Verre Oosten en zijn werkzaamheden aan een bekende spoorlijn aldaar.
Na het moeizaam zoeken naar een stijl gingen mijn opstellen op de middelbare school onveranderlijk over Prins Ludiekus. Deze prins was troonopvolger in een klein landje aan zee. Hij legde zijn werkbezoeken altijd af in een psychedelisch opgeschilderde Lelijke Eend, die was voorzien van een ingebouwde waterpijp en een cassetterecorder waaruit de tonen van The Doors klonken. Die werkbezoeken gingen steevast gepaard met ferme rookwolken van door de Prins in de koninklijke kassen zelf gekweekte kruiden. Jazeker, ik ben van die generatie. Neen meneer Balkenende, zo is het echt niet bedoeld.
En hoe ga je om met zo’n bijzonder talent in een klein land met een beperkt taalgebied? Precies, door beleidsmedewerker te worden.
